Op de Nederlandse Antillen en in Suriname mag een fractie van de mensen stemmen. In 1894 kiezen in Suriname bijvoorbeeld 324 inwoners de leden van het parlement. Onrechtvaardig, vinden veel mensen. Maar Nederlandse machthebbers zijn tegen meer stemrecht.

Johannes Hamelberg, ambtenaar op Curaçao: “Laat den neger aan zichzelven over, en hij zal terugkeeren tot de zeden en gewoonten zijner voorouders. De tijd zal komen, dat hij bewijzen zal, rijp te zijn tot de behartiging zijner eigen belangen, doch eeuwen van voorbeeld en leiding onder den blanke zullen daartoe eerst nog voorbij moeten gaan.”

Vragen van den dag, 10-7-1894

Abraham Mendez Chumaceiro: “Het wordt tijd dat de blaam van onrijpheid voorgoed verdwijne. De bewoners van Curaçao verlangen het kiesrecht omdat het een recht is, dat aan vrije burgers in een beschaafde maatschappij niet onthouden mag worden.”

In: Zal het kiesrecht Curaçao tot het kannibalisme voeren? 1895, p 8-9