Iedere Nederlandse man die kan lezen en schrijven, en die genoeg verdient om rond te komen moet kunnen stemmen. Dat vindt in 1892 de minister van Binnenlandse Zaken: Johannes Tak van Poortvliet. Hij wil het kiesrecht uitbreiden. De Tweede Kamer vecht twee jaar lang om de kwestie. Taks voorstel is in strijd met Grondwet, vindt de een. Moet er niet eerst leerplicht zijn?, vraagt de ander zich af. Er is zoveel ruzie over Tak, dat partijen onderling verdeeld raken. Taks voorstanders heten ‘takkianen’, zijn tegenstanders heten ‘anti-takkianen’. Uiteindelijk trekt Tak zijn voorstel terug. Als zijn partij in 1894 de verkiezingen verliest, is hij er kapot van.

Nicolaas Pierson, minister van Financiën: “Het blijft intusschen jammer, dat Tak zoo geblundeerd heeft. Het had nu veel van een kunstje, een coup de théatre een onaangename verrassing, of overrompeling.”

Dagboek, 11 maart 1894
Prent van man die naar andere mannen in een kuil kijkt

Minister Tak van Poortvliet kijkt naar de tegenstanders van zijn voorstel over de uitbreiding van het kiesrecht. Zij hebben een kuil voor hem gegraven, waar zij volgens de tekenaar zelf zijn ingevallen. | Prent, Johan Braakensiek, 1894. Bron: IISG

“Breekt de Tak, dan valt de man.”

Citaat (na de verkiezingen): De TIJD, 27-4-1894

'De samenzwering tegen de kieswet'

Samenzwering kieswet

Van alle kanten wordt minister Tak van Poortvliet aangevallen, bijvoorbeeld door drie ‘generaals’ die tegen hem samenzweren. De tekenaar is duidelijk een ‘takkiaan’: een voorstander van Tak. | Prent, Johan Braakensiek, 1893. Bron: IISG