Rellen, gevechten, revolutie! Europa is in 1848 onrustig. In veel landen eisen mensen inspraak. Want ze betalen toch belasting? Koning Willem II wil een Nederlandse revolutie vermijden. Daarom vraagt hij politicus Johan Rudolph Thorbecke om een nieuwe Grondwet te maken, met meer inspraak voor ‘het volk’. Op 3 november 1848 krijgt Nederland een nieuwe Grondwet: vrijheid van meningsuiting, meer macht voor de Tweede Kamer ten opzichte van de Koning. En rechtstreekse verkiezingen. Nederlandse mannen van 23 jaar en ouder kiezen vanaf nu de leden van de Tweede Kamer. Het kiesrecht geldt niet voor alle mannen: alleen wie een bepaald bedrag aan belastingen betaalt, mag stemmen.

Hoe werkt het stemmen? Acht dagen voor de verkiezingen krijgt een kiezer een stembrief thuisgestuurd. Hij vult de stembrief thuis in: hij schrijft één naam op. Stembriefje kwijt? Dan haalt hij een nieuwe. Op de dag van de verkiezingen levert hij de ingevulde stembrief in bij de stembus.

"De dagen zijn voorbij, waarin men liet regeeren, zonder zich er aan te bekreunen, wie het deed of welk regt hij ertoe had. Regtstreekse verkiezing is, al mogt hare theorie niet de beste zijn, onvermijdelijk geworden."

Johan Rudolph Thorbecke, begin 1845
Een prent van een rel voor het huis van de burgemeester van Amsterdam

In maart 1848 probeert een grote groep jonge mannen in Amsterdam het huis van de burgemeester binnen te dringen. Koning Willem II wil met een nieuwe Grondwet dit soort rellen voorkomen. | Prent, tekenaar onbekend, 1848. Bron: Amsterdam Museum

Het handgeschreven voorblad van de grondwet

Het voorblad van Thorbeckes vernieuwde Grondwet van 1848. Eigenlijk vindt koning Willem II de veranderingen te ver gaan. Uiteindelijk gaat hij toch akkoord. | Bron: Nationaal Archief