'Niet je beurt afwachten, zeg wat je wilt bereiken!'

Beeld bij 'niet je beurt afwachten, zeg wat je wilt bereiken!'

Een brief aan Nelson Mandela, een anti-kernwapendemonstratie in het dorp; activisme zat er bij PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul van jongs af aan in. Ook was ze zich al heel vroeg bewust van de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de politiek. En hoewel er de afgelopen jaren op dit terrein veel veranderd is, is er volgens het Kamerlid nog voldoende werk aan de winkel: “Kijk maar naar de man-vrouwverhouding in de Tweede Kamer, het aantal vrouwen is bedroevend laag.”

“De allereerste keer dat ik stemde was op mijn oude basisschool in Bathmen. Toen dacht ik nog ‘wat bijzonder!’ Het is de plek waar ik voor het eerst iets leerde over politiek; hoe de gemeenteraad, de Tweede Kamer en de Europese Unie werken. Het was een belangrijk moment waar ik erg naar toe had geleefd.”

“Mijn eerste politieke daad was een brief aan Nelson Mandela. Toen was ik nog erg jong. Op televisie had ik gezien dat hij in de gevangenis zat, dat maakte veel indruk. In de brief deed ik een oproep om hem vrij te laten. In mijn dorp organiseerde ik ook een keer een protest tegen kernwapens; de landelijke demonstratie was te ver weg. Ik was helaas wel de énige deelnemer.”

Eerste stem op een vrouw

‘Als iemand mijn grootmoeder had verteld dat haar kleindochter nu, twee generaties later, Kamerlid zou zijn, dan had ze dat nooit geloofd.’ Met deze zin begon Van den Hul twee jaar geleden haar maidenspeech in de Tweede Kamer. In dezelfde speech gaf ze voorbeelden van hoe ze als jong meisje door mensen in haar omgeving ontmoedigd werd om zichzelf verder te ontwikkelen. Uiteindelijk droeg dat juist bij aan haar motivatie om zich volop in te zetten voor vrouwenparticipatie en onderwijs.

“Mijn moeder en oma waren erg maatschappelijk betrokken. Mijn jeugd was doordrongen van het belang van het laten horen van je stem. Ik was al vroeg bewust van de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de politiek. Dat is helaas nog steeds zo, en dus stak ik mijn hand op en zei: ‘Ik doe het.’”

“De eerste keer dat ik naar de stembus ging, stemde ik op een vrouw. En dat is sindsdien niet veranderd. Mijn stem is een keer verloren gegaan toen ik in het buitenland zat. Ik dacht dat ik een vriendin gemachtigd had, maar helaas ging het mis. Ik was zo kwaad op mijzelf. Verder heb ik nooit een verkiezing gemist, en dus ook niet de kans om te zorgen dat een vrouw haar stem kan laten horen.”

In haar werkruimte in de Tweede Kamer hangt een poster met alle Kamerleden. Van de 150 leden zijn er 47 vrouw (verdeeld over 10 partijen). “Dit jaar staan we stil bij 100 jaar algemeen kiesrecht, dat is een feest. Maar als je naar de poster kijkt, zie je dat het slecht gesteld is met de representatie van vrouwen. Dit geldt ook voor mensen met een migratieachtergrond. Op dit moment is er niemand in de Kamer van Afrikaanse of Afro-Caribische afkomst. Dat móet anders.”

Hand in de lucht!

Van den Hul is sinds 2017 Kamerlid voor de Partij van de Arbeid. Bij de PvdA was ze onder meer lid van de programmacommissie voor de Europese verkiezingen van 2014.

“Ik vond het lang erg moeilijk om een partij te kiezen waarbij ik mij thuis voelde. Tijdens mijn studietijd praatte ik er veel over met mensen. Het voelde als een definitief besluit dat zorgvuldig afgewogen moest worden. Thema’s die ik belangrijk vond, en nog steeds vind, zijn; de positie van vrouwen, diversiteit, sociale rechtvaardigheid, onderwijs, milieu en klimaat. Na wat omzwervingen (Van den Hul was eerst lid van GroenLinks, red.) ben ik uiteindelijk terechtgekomen bij de PvdA. Daar zag ik mijn idealen het meeste terug.”

“Eerst startte ik achter de schermen. Later werd ik actiever door bijvoorbeeld in commissies te gaan. Wanneer hiervoor mensen werden gevraagd, stak ik bewust mijn hand op. Vrouwen zijn hierin vaak te terughoudend. Ik zeg daarom altijd tegen meisjes: ‘Niet netjes je beurt afwachten, zeg wat je wilt bereiken’. Politieke partijen moeten meer oog hebben voor ander soort talent. Zij kunnen hun scouting inrichten op jongeren, of op mensen die ondervertegenwoordigd zijn in de politiek.”

Uit de bubbel

Veel burgers zijn cynisch over politiek. Van den Hul vindt daarom dat politici zich voortdurend moeten inzetten om ervoor te zorgen dat burgers zich betrokken voelen.

“De enige manier om het vertrouwen van mensen terug te winnen, is door met hen in gesprek te blijven. Politici moeten realiseren dat Nederland groter is dan het Binnenhof. Kortom, zij moeten vaker uit hun bubbel. Zelf nodig ik iedere vrijdag een groep mensen uit voor een rondleiding. Meestal zijn dat mensen die hier uit zichzelf niet snel komen. Politiek is voor hen een ‘ver-van-mijn-bed-show’. Ook kinderen kan je vroeg kennis laten maken met politiek. Zo werk ik regelmatig samen met verschillende scholen of weekendscholen.Dan vertel ik over de Tweede Kamer en thema’s waarover we debatteren; onderwijs, de staking van de docenten. Het levert na afloop altijd leuke vragen op.”

You can't be what you can't see

“In de vergaderzaal ben ik vaak de enige vrouw. Ik heb ik ook weleens meegemaakt dat er grapjes en opmerkingen werden gemaakt als ik een feministisch thema aansneed: ‘Heb je haar weer met haar vrouwengezeik'. Vrouwen in de politiek moeten echt drempels overwinnen.”

“Hedy d'Ancona is voor mij een rolmodel. Uiteraard was zij een pionier in de feministische golf, maar daarnaast betekende ze veel voor vrouwen die een weg probeerden te vinden in de politiek. Een ander rolmodel is Pipi Langkous. Zij is een goed voorbeeld van dat je je niet te veel aan moet trekken van wat anderen vinden. You can’t be what you can’t see, zeiden mensen weleens tegen mij. Het motiveerde mij om de politiek in te gaan. Als ik door mijn inzet andere vrouwen kan motiveren, dan is mijn missie geslaagd.”