‘Mijn meningen zijn een stuk genuanceerder’

Beeld bij ‘mijn meningen zijn een stuk genuanceerder’

In zijn studentenjaren was journalist en schrijver Eric Alink [60] ook activist in Den Bosch. Hij kraakte lege panden en protesteerde tegen militarisme en kernenergie. Tijdens een protest tégen de eerste Europese verkiezingen, in 1979, verbrandde hij zijn stemkaart. Een ongelofelijke daad, vindt hij nu: “Ik zou het nu ernstig betreuren als mijn stem in vlammen op zou gaan.”

“Tijdens mijn studie Journalistiek, eind jaren 70, zat ik bij de redactie van de ‘Muurkrant’. Op grote vellen papier zeefdrukten we de schandalen van de stad: huisjesmelkers, leegstaand vastgoed, giftreinen. De reguliere pers had hier te weinig aandacht voor. ’s Nachts plakten we die verhalen op muren door de hele stad. Zo konden burgers, ook degenen voor wie een krantabonnement te duur was, toch op de hoogte blijven van belangrijk nieuws. Ik heb altijd meer oog gehad voor de kwetsbaren en pechvogels in de samenleving, dan voor mensen die volop in het zonlicht staan. Dat zie je nu ook terug in waar ik over schrijf.”

“De eerste Europese verkiezingen, toen was ik twintig, waren op 7 juni 1979. Vanuit actiegroepen was er veel verzet tegen. Wij zagen de verkiezing als een poging van het grootkapitaal om zijn positie te verdedigen. Daarnaast betwijfelden we of mensen er sociaal en cultureel beter van zouden worden. Met zo’n zeventig tegenstanders verzamelden we ons voor de Hema. Daar verbrandden we onze stempassen in een vuilnisbak als protest tegen die verkiezingen. Zoiets zou ik nu nooit meer doen. Ik zou het ernstig betreuren als mijn stem in vlammen op zou gaan.”

Aan de stok

“Ik kom uit een maatschappelijk betrokken gezin. Met mijn vader had ik het vaak aan de stok over politieke vraagstukken. Hij had een drogisterij en was daarom voorstander van de liberalen. Dat vond ik gênant. Toen ik voor de eerste keer mocht stemmen, hoefde niemand mij van nut en noodzaak te overtuigen. Het was een daad van gewicht; over stemrecht moest je niet lichtzinnig denken. Elke dag keek ik naar het televisieprogramma Binnenhof om op de hoogte te blijven van politieke kwesties.

Het radicale leven van toen is voorbij en mijn meningen zijn nu genuanceerder. Toch zijn veel van m’n toenmalige overtuigingen hetzelfde gebleven. Ik vind nog steeds dat de meeste wereldproblemen te herleiden zijn tot de groeiende kloof tussen arm en rijk. Mijn opvattingen over milieu en asielrecht zijn evenmin veranderd. Ik stem dus al jaren op dezelfde partij.

Ik leef intens, heb het druk. Er zijn dan ook verkiezingen geweest waarbij ik écht op het allerlaatste moment naar de stembus ging; de deuren van het stemlokaal vielen bijna dicht. Maar ik stem wel altijd. Zelfs als ik aan een infuus zou liggen, zou ik proberen te stemmen.”

Politieke vernieuwing

“Ik vind dat de democratie nu minder sterk is dan vroeger. Dat komt omdat de geloofwaardigheid van politici daalt door schandalen en onderonsjes. Politici moeten voorkomen dat het gezag en de geloofwaardigheid van de democratie worden ondermijnd. Daar is politieke vernieuwing voor nodig, met name in gedrag. Verder maak ik me zorgen over de invloed van bedrijven op de politiek. Die lijkt regelmatig van grotere betekenis dan de noden van burgers. 

Versnippering in de politiek vind ik zorgwekkend. Het kan leiden tot cliëntelisme, waarbij partijen louter oog voor hun achterban hebben en het algemeen belang veronachtzamen. Vroeger werd dat overstijgende belang scherper in de gaten gehouden. Politici leken elkaar ook meer te gunnen.”

Burgerschap

“Namens de gemeente houd ik regelmatig voordrachten, zoals op bijeenkomsten rond Charlie Hebdo, de MH-17 en de jaarlijkse dodenherdenking. Mijn zoon Willem [21] is daar vaak bij geweest – uit eigen wil. Ik geloof sterk in actief burgerschap en het overdragen van sociale waarden. Mijn zoon zal geen stemkaart bij het oud papier gooien.”