‘Ik ben pas écht tevreden met een eerste vrouwelijke minister-president’

Beeld bij ‘ik ben pas écht tevreden met een eerste vrouwelijke minister-president’

Monica den Boer (56), Kamerlid voor D66, kwam na een carrière in de wetenschap als zij-instromer in de politiek terecht. De Tweede Kamer ziet ze, na 100 jaar kiesrecht, liever wat diverser: “Álle Nederlanders moeten zich door hun volksvertegenwoordigers vertegenwoordigd voelen."

De eerste keer stemmen kan Den Boer zich niet herinneren. “Mijn oriëntatie was en is progressief, dus waarschijnlijk D66, maar misschien toen nog net ter linkerzijde daarvan.” Maar ze weet nog wél dat ze elke vier jaar de moeite heeft genomen om dat hokje rood te kleuren. “Ik heb altijd gebruik gemaakt van mijn stemrecht. Oók toen ik in het buitenland woonde, onder meer in Italië, Schotland en België. Als ik in de gelegenheid was, ging ik stemmen.”

Haar stem baseert ze altijd op drie pijlers: “Ik ga voor een mix van expertise, gender en achtergrond. Álle Nederlanders moeten zich door hun volksvertegenwoordigers gerepresenteerd voelen. Mensen moeten zich kunnen herkennen in hun gekozen politici, ook zij die moeilijk gehoord worden. Ik zou graag een inclusievere samenleving zien.”

Mevrouw de premier

“We lopen achter op IJsland, Zweden, Finland, en dat is frustrerend”, stelt Den Boer. “Het moet volstrekt natuurlijk zijn dat vrouwen evenredig vertegenwoordigd zijn. Niet alleen in de politiek, ook in het openbaar bestuur. Hoe komt het dat we daar zo weinig vrouwen of mensen met een multiculturele achtergrond hebben? Dat is in alle lagen zo: slechts een derde van de gemeenteraden bestaat uit vrouwen. We hebben maar één vrouwelijke Commissaris van de Koning. Een hoera-moment was: twee vrouwelijke burgemeesters in de vier grote steden. Maar ik ben pas écht tevreden met de eerste vrouwelijke minister-president.”

Ze durft groot te dromen, maar houdt van de Rotterdamse mentaliteit, zegt Den Boer. “Geen uitstelgedrag dus, pak het aan. Eén oplossing werkt niet. Meer vrouwen in het zadel vraagt bijvoorbeeld om een combinatie van maatregelen. Politieke partijen dragen daarbij zelf een aanzienlijke verantwoordelijkheid. In eerste instantie is de boodschap aan vrouwen gericht. Spreek vrouwen aan op het feit dat zij een stem namens anderen kunnen vertegenwoordigen, dat je het verschil kunt maken. Je hebt rolmodellen nodig, zodat vrouwen denken: zij kan het, dus ik ook.”

Inspiratie

Zelf heeft Den Boer haar moeder als voorbeeld. “Zij was fractievoorzitter in de Rotterdamse gemeenteraad en deed dat met vanzelfsprekendheid, ook al was het niet altijd makkelijk. Ze was al met pensioen toen ze in de Raad kwam voor twee termijnen. Ik kom niet uit een politieke dynastie hoor. Het was meer een moment dat zich voor haar aandiende. Ze werd gevraagd toen ze in de gelegenheid was, dus dan doe je dat.”

Een inspirerend voorbeeld in 100 jaar kiesrecht is snel genoemd: Suze Groeneweg, de eerste vrouw in de Tweede Kamer. “Ook afkomstig uit Hoeksche Waard. In die tijd was het niet vanzelfsprekend dat je carrière maakte als vrouw en zij had er twee: als onderwijzeres en als politicus. Als je al die obstakels ziet die zij heeft moeten overwinnen dan neem ik mijn pet daarvoor af! Zij heeft dat pad geëffend, heeft er als Kamerlid bijvoorbeeld ook voor gezorgd dat vrouwen niet meer ontslagen kunnen worden vanwege hun vrouw-zijn.”

Vertrouwen

“In die historische context zie je hoe belangrijk het is om te stemmen. Dat moet je serieus nemen, kijk maar wat voor strijd eraan vooraf is gegaan. Soms vrees ik dat we het minder serieus nemen. Tijdens campagnes op straat kom ik weleens mensen tegen die niet gaan stemmen, en dat doet me echt pijn. Dat ze mopperen op ‘die politici die…’, maar vervolgens geen gebruik maken van hun stemrecht.” Zo simpel als het op tv lijkt, is het niet, vertelt Monica. “Na vier jaar Kamerlidmaatschap krijg je het pas goed in de vingers, zeggen kenners. Maar gemiddeld zitten we er maar vier jaar. Je hebt tijd nodig om alles hier goed te kunnen doen. Neem een motie, daarachter zit een intensief traject van afstemming en inhoudelijke verdieping. De wereld erachter is veel ingewikkelder dan veel mensen denken.”

“In de zomer van 2018 hebben we bijvoorbeeld voorstellen geschreven voor de Initiatiefnota  Naar een moderne Uitvaartwet, voor meer zelfbeschikking op het gebied van uitvaart, begraven en cremeren. Pas in november is het gepresenteerd, en de officiële behandeling moet nog plaatsvinden. Maar zo kun je wel de wereld stukje bij beetje verbeteren.”

“Een volksvertegenwoordiger moet een mens tussen de mensen zijn”, is Den Boer van mening. “Niet praktisch gezien: dat je overal bij moet zijn, maar dat gewone mensen het begrijpen. Geen Haagse bubbel. Door het uiteendrijven van meningen kunnen we ons steeds minder tot elkaar verhouden. Maar er is maar één weg naar de toekomst van Nederland en daarvoor moeten we met elkaar door een deur kunnen. Bruggen bouwen dus, ondanks de polarisatie.” Maar dan liefst wel volgens de methode van Suze, op Rotterdamse wijze. “Geen woorden, maar daden.”